Brandstof voor hart en ziel?
Lees "De Waarheidsvriend". U kunt zich met behulp van dit formulier aanmelden. Vul het in en stuur het op!

Posts Tagged ‘Jonathan Edwards’

Bijbelgetrouwe stroming als bondgenoot?

‘Samen met de evangelicalen vormen orthodox- gereformeerden en bevindelijk gereformeerden het orthodox-protestantisme.’ Een zin uit het lemma ‘gereformeerd’ op de populaire internetencyclopedie Wikipedia. Is dat zo? En betekent het evangelicale aandeel een verrijking voor het orthodox-gereformeerde? Jozef werd verstoten en verkocht door zijn broers vanwege zijn dromen. De Heere God liet hem de droom van de farao uitleggen en zo kwam hij in Egypte op een vooraanstaande positie. In de zeven vette jaren werd op zijn advies graan opgeslagen. In de zeven magere jaren kwamen mensen van heinde en verre om voedsel te kopen. Is de evangelische beweging een geestelijke graanschuur, waarmee hongerigen in tijden van geestelijke droogte gevoed worden? Of is ze juist een wolf in schaapsvacht? Lief, zacht en pluizig, aaibaar en aangenaam. Tot het moment dat de wolf zich ontdoet van zijn schaapsvacht om te verscheuren?

 Binnen en buiten de kerk

Wat is evangelisch? Prof.dr. J. van den Berg definieert in Wereld en zending in 1975 (nr. 4): ‘Die stromingen die in duidelijke continuïteit met de evangelische opwekkingsbewegingen van de 18e en 19e eeuw sterke nadruk leggen op het persoonlijk beleven en getuigend doorgeven van het christelijk geloof. Inclusief de leerstellingen die door de reformatie, zoals ze in Engeland gestalte aannam, beklemtoond zijn: het aspect der verlossing ontvangt een zwaar accent; de uiterste rechterflank van de evangelicals neigt tot fundamentalisme en isolationisme, maar het zou onjuist zijn de hele beweging van hieruit te karakteriseren.’ Vanuit deze definitie begrijpen we dat de evangelicalen inderdaad te plaatsen zijn binnen het orthodoxe protestantisme; vanwege de verbinding met de Engelse Reformatie. Wanneer we lezen over ‘stromingen en bewegingen’ wordt duidelijk dat het kan gaan om ontwikkelingen buiten de gevestigde kerken. Er is onderscheid tussen vrij-kerkelijke evangelischen en het evangelische gedachtegoed dat zich tegenwoordig binnen de gevestigde kerk wil vestigen. De evangelische beweging vinden we binnen de gevestigde kerk en daarbuiten. Neem de achterban van de Evangelische Omroep of de ChristenUnie; deze is zowel uit de gevestigde kerken als uit allerlei vrije groepen afkomstig.

 Great Awakening

Verschillende tijdvakken en stromingen worden aangeduid als oorsprong van het evangelicalisme. De puriteinen, de Nadere Reformatie en het piëtisme zijn vroege, zeventiende-eeuwse wortels. Het zijn de bronnen die ook voor bevindelijk gereformeerden van belang zijn. Dr. Van den Berg haalt de opwekkingsbewegingen van de achttiende en negentiende eeuw naar voren. Daarvoor moeten we naar Amerika. Rond 1720 ontstaat daar de Great Awakening. Het religieus en kerkelijk leven is in deze periode over het algemeen op een dieptepunt. De eeuw van de rede, van de Verlichting heeft ook in Amerika haar invloed op kerk en samenleving. Er is een afstandelijk wetenschappelijk godsbeeld ontstaan: het deïsme. Dit denken plaatst God buiten de menselijke rede en reduceert Hem tot een klokkenmaker. De schepping zou als een mechanisme zijn, dat is opgewonden en afloopt. Het menselijke verstand kan dat mechaniek gaandeweg doorgronden. Dit denken sijpelt door in de kerk. In deze tijd ontstaan ook de kritische benaderingen van de Bijbel, die de orthodoxe, traditionele theologie ondermijnen. Twee oudvaders van de evangelische beweging uit de Great Awakening zijn George Whitefield en John Wesley. Deze twee personen kunnen ons een eerste inzicht geven in het wezen van de evangelische beweging van vandaag.

 George Whitefield

In 1735 ontvangt George Whitefield op twintigjarige leeftijd zijn bekeringservaring. ‘O! with what joy – joy unspeakable – even joy that was full of and big with glory, was my soul filled, when the weight of sin went off, and an abiding sense of pardoning love of God (…) broke in upon my disconsolate soul!’ Hij spreekt daarbij over het gewicht van de zonde dat van zijn schouders is afgenomen en dat God Hem in staat stelde om Christus vast te grijpen. Whitefield wordt een krachtig prediker en velen komen onder zijn bediening tot bekering. Hij werkt voornamelijk binnen de gevestigde kerk, tot dat onmogelijk wordt. Zijn theologie is uitgesproken calvinistisch. Op de begrafenis van Whitefield houdt vriend en collega R. Elliot een afscheidsrede waarin hij benadrukt wat centraal stond in de prediking van Whitefield: erfzonde, wedergeboorte, rechtvaardiging door geloof in Christus, volharding der heiligen en de eeuwige en onvoorwaardelijke uitverkiezing. Bestudering van preken en preekschetsen van George Whitefield bevestigen deze opsomming.

 John Wesley

Het verhaal van John Wesley komt overeen met dat van Whitefield. Ook Wesley ontvangt een persoonlijke bekering. Hij komt in contact met Moraviërs en trekt naar Duitsland, waar hij met een radicale vorm van het piëtisme in aanraking komt, dit neemt hij weer terug naar Engeland. Zo wordt het methodisme geboren. Verlossing door geloof in Christus alleen staat centraal in de prediking en Wesley wijdt de rest van zijn leven aan evangelisatie. Whitefield en Wesley hebben veel gemeen, toch ontstaat er een verschil van inzicht. De menselijke factor. Het oude discussiepunt van Dordt, tussen Gomarus en Arminius. Wie is de auteur van de bekering? Welke plaats heeft de uitverkiezing? Wesley heeft veel moeite met de uitverkiezingsleer, met voorzienigheid en alwetendheid. Hij verwerpt uiteindelijk de predestinatieleer.

 Verharding

Een invloedrijke prediker van de Great Awakening is Jonathan Edwards. Hij is voor Whitefield een belangrijk inspiratiebron geweest. Na de eerste generatie predikers van de Great Awakening gaat er het één en ander veranderen. Edwards en Whitefield staan volledig in de reformatorische, calvinistische traditie. Bij Wesley gaan menselijke aspecten een grotere rol spelen. Na de tijd van de Great Awakening wordt de invloed van het verlichtingsdenken in kerk en samenleving in Amerika steeds groter. Deugd en moraal krijgen een steeds grotere plaats. De Amerikaanse revolutie heeft grote gevolgen voor de samenleving. Deze verhardt en demoraliseert. ‘Onmatigheid, vloeken, minachting van religieuze instellingen, bitterheid en hardheid en andere vormen van morele losbandigheid kregen de overhand’, schrijft J.F. Thornbury in God sent revival (1988).

 Finney

Het evangelicalisme verandert mee. De Second Great Awakening doet zijn intrede, waarbij de theologie van de Great Awakening een gedaanteverandering ondergaat. In de beoordeling van de evangelische beweging van vandaag biedt Charles Grandison Finney, verbonden met de Second Great Awakening, een tweede belangrijk inzicht. Ook Finney beleeft een ingrijpende, intense en persoonlijke bekering. Opvallend bij hem is dat het menselijke aandeel in bekering en wedergeboorte een grote rol speelt. Dit vertaalt zich in zijn prediking en in zijn visie op evangelisatie. Revival, opwekking, is volgens Finney te bewerken. Hij spreekt van ‘zedelijke beïnvloeding De zondaar moet tot bekering gebracht worden, in het nauw gedreven worden op de zogenaamde anxious seat. Er is een samenhang tussen verkondiging van de waarheid en het wilsbesluit van de zondaar om zich aan God te onderwerpen. Maar welke waarheid? Uit welke bron? In de visie van Finney moeten psychologie en sociologie in de opleiding van predikanten even veel aandacht krijgen als bijbelkennis. Door psychologisch en sociologisch inzicht kan de predikant bekering bewerken. De menselijke factor wordt bij Finney extreem groot. Bekering wordt in toenemende mate maakbaar op basis van techniek en psychologisch inzicht. Vanuit deze achtergrond leren we de zogenaamde church growth movement begrijpen, met haar nadruk op pragmatisme.

 Arminiaanse verschuiving

Er heeft zich een aantal verschuivingen en ontwikkelingen voorgedaan. Het puritanisme, de Nadere Reformatie en het piëtisme zijn in de zeventiende eeuw opgekomen als verdieping en verinnerlijking van de Reformatie. Dit gedachtegoed wordt in de achttiende eeuw opgepakt binnen de Great Awakening. Daarbij treedt binnen het methodisme een arminiaanse verschuiving op. Vertegenwoordigers van de Second Great Awakening aan het einde van de achttiende eeuw distantiëren zich nog verder van een oorspronkelijke reformatorische identiteit. Geloof en bekering worden steeds meer mensenwerk.

 Twee stromingen

Terug naar de actualiteit. In verschillende opzichten is de evangelische beweging bondgenoot van reformatorische kerken. Ik zie twee stromingen, zowel binnenkerkelijk als buitenkerkelijk. De ene stroming houdt vast aan de vroege evangelische standpunten. Hier zoeken mensen bijbelgetrouwheid, een toegewijd en radicaal christenleven, waarbij sprake is van strijden tegen de zonde en groeien in geloof, met oog voor de vergankelijkheid van het aardse leven en een uitzien naar Gods Koninkrijk. Deze stroming kan als bondgenoot van reformatorische kerken worden gezien. In dat kader kan de George Whitefield Stichting genoemd worden, net als de Sola 5 baptisten. In deze hoek kunnen we ook de grote baptistenprediker Charles Haddon Spurgeon en dr. Martyn Lloyd Jones plaatsen. Het is een graanschuur waarin geestelijk voedsel ligt opgeslagen. Een tweede stroming zoekt ervaring, sensatie, emotie. Hier klinkt het denken van Finney in door. Met een exemplarische bijbeluitleg, vooral ter bevestiging van eigen gevoelens, verlangens en behoeften. De eerste stroming zet zich af tegen de wereldse cultuur, de tweede omarmt de wereldse cultuur. Deze laatste stroming wordt ook neoevangelicalisme genoemd. Niet de gezonde leer, maar dat wat het gehoor streelt lijkt de boodschap te bepalen (2 Tim.4:3-5). Een wolf in schaapsvacht. Een huwelijk tussen de orthodox-gereformeerden en de evangelische beweging kan verkeerd aflopen

Elke generatie opnieuw

Deze verschillende stromingen binnen de evangelische beweging vinden hun oorsprong in historische, culturele en religieuze ontwikkelingen. Deze veroorzaken verschuivingen, ook binnen de orthodoxie, die iedere generatie opnieuw plaats lijken te vinden. Wanneer het gaat over de evangelicalisering van de reformatorische gezindten is het goed om oog te hebben voor de oorsprong, de bron van een bepaald soort denken en de praktijk die daaruit volgt. In de evangelische beweging wereldwijd is er oog voor deze verschuivingen. David Wells waarschuwt in zijn boek No Place for Truth. Or Whatever Happended with Evangelical Theology tegen het verval. Ik citeer hem vrij vertaald: ‘Alleen wanneer de cultuur direct en overduidelijk bepaalde geloofsartikelen weerspreekt, worden evangelicals wakker en gaan ze de strijd aan. Maar verder beschouwen ze de cultuur als neutraal en onschuldig. Sterker nog, ze beschouwen de cultuur vaak als partner die ingezet kan worden in de verkondiging van de christelijke waarheid. Ik kan die naïviteit niet meemaken, ik beschouw deze zelfs als gevaarlijk. Cultuur is geladen met waarden die het geloofsgoed verminken, ook wanneer we moderne wereldse media benutten die ons voordeel bieden.’ Wells pleit dan ook voor nieuw soort evangelicaal, één die veel meer is zoals de oude was.

 Church growth movement

De church growth movement, die is komen overwaaien vanuit Amerika, heeft ons een nieuwe terminologie aangereikt: ‘kerk voor de onkerkelijken zijn, de moderne mens aanspreken met het Evangelie, hedendaagse vormen gebruiken, de boodschap mogen we niet veranderen, de verpakking wel.’ Deze retoriek horen we veel in en om de kerk. In hoeverre heeft dit denken in de afgelopen decennia geleid tot een andere aanpak van bijbeluitleg, een andere liturgie, een andere spiritualiteit? Alleen: is anders en nieuw altijd beter? Het is goed om je af te vragen: Wat verliezen we? Wat ontbreekt? Wat biedt het ons? En beklijft het, voor jong én oud? Mijn reserve ten opzicht van de binnen- én buitenkerkelijke evangelische beweging is dat mensen bezig zijn met het toepassen van principes uit de Amerikaanse church growth movement die vaak te maken hebben met psychologie, sociologie en management. Is dat wel hetzelfde als vernieuwing van de kerk door het werk van de Heilige Geest? Als we focussen op succesvolle activiteiten, op getalsmatige groei en marketing, raken we dan de kern van het Evangelie niet kwijt? Waar ligt de overgang van bereiken naar vermaken?

 Overnemen

Velen in de Protestantse Kerk zijn onder de indruk van het evangelische denken en doen. Ze nemen dit maar al te graag over, vooral om het lijkt te werken. Deze aanpak spreekt mensen immers aan en het zijn toch de evangelische gemeenten die groeien? Het trekt jongeren. Maar wat begeer je dan precies, waarnaar verlang je eigenlijk? Als het uitsluitend gaat om liederen, om emotie, om blijdschap, dan blijkt evangelisch een lege huls te zijn, ontdaan van de kracht van Gods Woord. Als het ten diepste niet gaat om behoud in Christus alleen, om een leven vanuit Gods Woord, om kruisdragen en het afsterven van de oude mens, als de zonde niet meer genoemd mag worden, dan blijft er hoogstens een neo-evangelicalisme over, dat ver verwijderd is van oorspronkelijke evangelische bronnen. Paulus dringt er bij Timotheüs ernstig op aan om het hem toevertrouwde pand te bewaren en zich juist af te keren van inhoudsloze praat (1 Tim.6:20,21). Laten wij zijn waarschuwing ook ter harte nemen, om te voorkomen dat we afwijken van het geloof.

 Inktvlek

Schrift en belijdenis zijn bepalend voor de reformatorische traditie. Dat is ook haar kracht. Vanuit het verstaan van het geheel van de Schrift zijn de reformatorische belijdenisgeschriften opgesteld. Al mogen we vanuit hun historische context deze geschriften bevragen, de Heilige Schrift blijft als gezag en norm boven de belijdenisgeschrif- ten staan. De belijdenisgeschriften geven stevigheid en kader aan het kerkelijke leven en aan de persoonlijke geloofsbeleving. Hier komt meteen een zwak punt van de evangelische beweging naar boven, die in de meeste vormen ervan sterk beïnvloed wordt door cultuur en tijdsgeest. Wie geen basiskader heeft om op terug te vallen, moet oppassen dat zijn identiteit niet wordt als een inktvlek op het water. Een inktvlek die in beweging is en prachtige kunstwerken oplevert. Maar na verloop van tijd wordt ze onzichtbaar, totaal vermengd met het water van de wereldzeeën.

 Huwelijk

‘Samen met de evangelicalen vormen orthodox-gereformeerden en bevindelijk gereformeerden het orthodox protestantisme.’ Deze zin op Wikipedia vraagt in elk geval om nuancering. Het gaat mijns inziens om het behoudende deel van de evangelicalen, we zouden hen bevindelijke evangelicalen kunnen noemen. Moeten we de evangelische beweging zien als een graanschuur van Egypte of als een wolf in schaapsvacht? Vanuit een reformatorisch perspectief hangt dat af van het type evangelicaal of evangelisch denken. Een huwelijk tussen de orthodox-gereformeerden en de evangelische beweging kan verkeerd aflopen wanneer het klakkeloos wordt aangegaan. Het tegendeel wil ik overigens niet bij voorbaat uitsluiten: twee huwelijkspartners kunnen ook van elkaar leren en zo groeien als mens én als echtpaar, met vallen en opstaan. Als de cultuur wordt omarmd en het aanspreken van de moderne mens een belangrijk doel wordt, is de vraag: waarmee wordt die moderne mens precies aangesproken en waartoe? Ik zou zeggen: doe dat met Gods Woord en tot overgave aan Christus. Dat vraagt het gaan van de smalle weg en een levenslange strijd tegen de zonde. Dat kan door de kracht van de Heilige Geest. Onze vreugde ligt daarbij in de gekruisigde en opgestane Heere Jezus Christus, in Wie wij reiniging en vergeving mogen ontvangen. Hij leeft en regeert tot in eeuwigheid.

 Terughoudend

In het artikel op Wikipedia lezen we dat er ‘meer samenwerking is gekomen tussen de orthodoxe protestanten en de evangelischen’. Het is belangrijk om vragen te stellen naar de basis waarop dat gebeurt en wat de gevolgen daarvan zijn. Zo ook wanneer we lezen dat ‘bevindelijk gereformeerden zich fel afzetten tegen de evangelische invloeden’, om te voorkomen dat badwater én kind te snel worden weggegooid. De waardevolle elementen van de evangelische beweging zijn naar mijn overtuiging te vinden bij de reformatoren, bij de puriteinen, in de Nadere Reformatie en binnen het vroege piëtisme. Terughoudendheid en reserve ten opzichte van elementen uit de achttiende en negentiende eeuw zijn daarom geboden. Laten we gehoor geven aan het advies van de apostel Paulus aan Timotheüs: ‘Bijft u echter bij wat u geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd hebt, en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is’ (2 Tim.3:14 en 15).

 Ds. I. de Graaf.

Artikel eerder gepubliceerd in “De Waarheidsvriend” van 4 augustus 2011