|
|
Evangelisch denken en doen
Bijbelgetrouwe stroming als bondgenoot?
‘Samen met de evangelicalen vormen orthodox- gereformeerden en
bevindelijk gereformeerden het orthodox-protestantisme.’ Een zin uit het lemma
‘gereformeerd’ op de populaire internetencyclopedie Wikipedia. Is dat zo? En
betekent het evangelicale aandeel een verrijking voor het
orthodox-gereformeerde?
Jozef werd verstoten en verkocht door zijn broers vanwege zijn dromen. De Heere
God liet hem de droom van de farao uitleggen en zo kwam hij in Egypte op een
vooraanstaande positie. In de zeven vette jaren werd op zijn advies graan
opgeslagen. In de zeven magere jaren kwamen mensen van heinde en verre om
voedsel te kopen. Is de evangelische beweging een geestelijke graanschuur,
waarmee hongerigen in tijden van geestelijke droogte gevoed worden? Of is ze
juist een wolf in schaapsvacht? Lief, zacht en pluizig, aaibaar en aangenaam.
Tot het moment dat de wolf zich ontdoet van zijn schaapsvacht om te verscheuren?
Binnen en buiten de kerk
Wat is evangelisch? Prof.dr. J. van den Berg definieert in Wereld en zending in
1975 (nr. 4): ‘Die stromingen die in duidelijke continuïteit met de evangelische
opwekkingsbewegingen van de 18e en 19e eeuw sterke nadruk leggen op het
persoonlijk beleven en getuigend doorgeven van het christelijk geloof. Inclusief
de leerstellingen die door de reformatie, zoals ze in Engeland gestalte aannam,
beklemtoond zijn: het aspect der verlossing ontvangt een zwaar accent; de
uiterste rechterflank van de evangelicals neigt tot fundamentalisme en
isolationisme, maar het zou onjuist zijn de hele beweging van hieruit te
karakteriseren.’ Vanuit deze definitie begrijpen we dat de evangelicalen
inderdaad te plaatsen zijn binnen het orthodoxe protestantisme; vanwege de
verbinding met de Engelse Reformatie. Wanneer we lezen over ‘stromingen en
bewegingen’ wordt duidelijk dat het kan gaan om ontwikkelingen buiten de
gevestigde kerken. Er is onderscheid tussen vrij-kerkelijke evangelischen en het
evangelische gedachtegoed dat zich tegenwoordig binnen de gevestigde kerk wil
vestigen. De evangelische beweging vinden we binnen de gevestigde kerk en
daarbuiten. Neem de achterban van de Evangelische Omroep of de ChristenUnie;
deze is zowel uit de gevestigde kerken als uit allerlei vrije groepen afkomstig.
Great Awakening
Verschillende tijdvakken en stromingen worden aangeduid als oorsprong van het
evangelicalisme. De puriteinen, de Nadere Reformatie en het piëtisme zijn
vroege, zeventiende-eeuwse wortels. Het zijn de bronnen die ook voor bevindelijk
gereformeerden van belang zijn. Dr. Van den Berg haalt de opwekkingsbewegingen
van de achttiende en negentiende eeuw naar voren. Daarvoor moeten we naar
Amerika. Rond 1720 ontstaat daar de Great Awakening. Het religieus en kerkelijk
leven is in deze periode over het algemeen op een dieptepunt. De eeuw van de
rede, van de Verlichting heeft ook in Amerika haar invloed op kerk en
samenleving. Er is een afstandelijk wetenschappelijk godsbeeld ontstaan: het
deïsme. Dit denken plaatst God buiten de menselijke rede en reduceert Hem tot
een klokkenmaker. De schepping zou als een mechanisme zijn, dat is opgewonden en
afloopt. Het menselijke verstand kan dat mechaniek gaandeweg doorgronden. Dit
denken sijpelt door in de kerk. In deze tijd ontstaan ook de kritische
benaderingen van de Bijbel, die de orthodoxe, traditionele theologie
ondermijnen. Twee oudvaders van de evangelische beweging uit de Great Awakening
zijn George Whitefield en John Wesley. Deze twee personen kunnen ons een eerste
inzicht geven in het wezen van de evangelische beweging van vandaag.
George Whitefield
In 1735 ontvangt George Whitefield op twintigjarige leeftijd zijn
bekeringservaring. ‘O! with what joy – joy unspeakable – even joy that was full
of and big with glory, was my soul filled, when the weight of sin went off, and
an abiding sense of pardoning love of God (...) broke in upon my disconsolate
soul!’ Hij spreekt daarbij over het gewicht van de zonde dat van zijn schouders
is afgenomen en dat God Hem in staat stelde om Christus vast te grijpen.
Whitefield wordt een krachtig prediker en velen komen onder zijn bediening tot
bekering. Hij werkt voornamelijk binnen de gevestigde kerk, tot dat onmogelijk
wordt. Zijn theologie is uitgesproken calvinistisch. Op de begrafenis van
Whitefield houdt vriend en collega R. Elliot een afscheidsrede waarin hij
benadrukt wat centraal stond in de prediking van Whitefield: erfzonde,
wedergeboorte, rechtvaardiging door geloof in Christus, volharding der heiligen
en de eeuwige en onvoorwaardelijke uitverkiezing. Bestudering van preken en
preekschetsen van George Whitefield bevestigen deze opsomming.
John Wesley
Het verhaal van John Wesley komt overeen met dat van Whitefield. Ook Wesley
ontvangt een persoonlijke bekering. Hij komt in contact met Moraviërs en trekt
naar Duitsland, waar hij met een radicale vorm van het piëtisme in aanraking
komt, dit neemt hij weer terug naar Engeland. Zo wordt het methodisme geboren.
Verlossing door geloof in Christus alleen staat centraal in de prediking en
Wesley wijdt de rest van zijn leven aan evangelisatie. Whitefield en Wesley
hebben veel gemeen, toch ontstaat er een verschil van inzicht. De menselijke
factor. Het oude discussiepunt van Dordt, tussen Gomarus en Arminius. Wie is de
auteur van de bekering? Welke plaats heeft de uitverkiezing? Wesley heeft veel
moeite met de uitverkiezingsleer, met voorzienigheid en alwetendheid. Hij
verwerpt uiteindelijk de predestinatieleer.
Verharding
Een invloedrijke prediker van de Great Awakening is Jonathan Edwards. Hij is
voor Whitefield een belangrijk inspiratiebron geweest. Na de eerste generatie
predikers van de Great Awakening gaat er het één en ander veranderen. Edwards en
Whitefield staan volledig in de reformatorische, calvinistische traditie. Bij
Wesley gaan menselijke aspecten een grotere rol spelen. Na de tijd van de Great
Awakening wordt de invloed van het verlichtingsdenken in kerk en samenleving in
Amerika steeds groter. Deugd en moraal krijgen een steeds grotere plaats. De
Amerikaanse revolutie heeft grote gevolgen voor de samenleving. Deze verhardt en
demoraliseert. ‘Onmatigheid, vloeken, minachting van religieuze instellingen,
bitterheid en hardheid en andere vormen van morele losbandigheid kregen de
overhand’, schrijft J.F. Thornbury in God sent revival (1988).
Finney
Het
evangelicalisme verandert mee. De Second Great Awakening doet zijn intrede,
waarbij de theologie van de Great Awakening een gedaanteverandering ondergaat.
In de beoordeling van de evangelische beweging van vandaag biedt Charles
Grandison Finney, verbonden met de Second Great Awakening, een tweede belangrijk
inzicht. Ook Finney beleeft een ingrijpende, intense en persoonlijke bekering.
Opvallend bij hem is dat het menselijke aandeel in bekering en wedergeboorte een
grote rol speelt. Dit vertaalt zich in zijn prediking en in zijn visie op
evangelisatie. Revival, opwekking, is volgens Finney te bewerken. Hij spreekt
van ‘zedelijke beïnvloeding De zondaar moet tot bekering gebracht worden, in het
nauw gedreven worden op de zogenaamde anxious seat. Er is een samenhang tussen
verkondiging van de waarheid en het wilsbesluit van de zondaar om zich aan God
te onderwerpen. Maar welke waarheid? Uit welke bron? In de visie van Finney
moeten psychologie en sociologie in de opleiding van predikanten even veel
aandacht krijgen als bijbelkennis. Door psychologisch en sociologisch inzicht
kan de predikant bekering bewerken. De menselijke factor wordt bij Finney
extreem groot. Bekering wordt in toenemende mate maakbaar op basis van techniek
en psychologisch inzicht. Vanuit deze achtergrond leren we de zogenaamde church
growth movement begrijpen, met haar nadruk op pragmatisme.
Arminiaanse
verschuiving
Er heeft zich een aantal verschuivingen en ontwikkelingen
voorgedaan. Het puritanisme, de Nadere Reformatie en het piëtisme zijn in de
zeventiende eeuw opgekomen als verdieping en verinnerlijking van de Reformatie.
Dit gedachtegoed wordt in de achttiende eeuw opgepakt binnen de Great Awakening.
Daarbij treedt binnen het methodisme een arminiaanse verschuiving op.
Vertegenwoordigers van de Second Great Awakening aan het einde van de achttiende
eeuw distantiëren zich nog verder van een oorspronkelijke reformatorische
identiteit. Geloof en bekering worden steeds meer mensenwerk.
Twee stromingen
Terug naar de actualiteit. In verschillende opzichten is de evangelische
beweging bondgenoot van reformatorische kerken. Ik zie twee stromingen, zowel
binnenkerkelijk als buitenkerkelijk. De ene stroming houdt vast aan de vroege
evangelische standpunten. Hier zoeken mensen bijbelgetrouwheid, een toegewijd en
radicaal christenleven, waarbij sprake is van strijden tegen de zonde en groeien
in geloof, met oog voor de vergankelijkheid van het aardse leven en een uitzien
naar Gods Koninkrijk. Deze stroming kan als bondgenoot van reformatorische
kerken worden gezien. In dat kader kan de George Whitefield Stichting genoemd
worden, net als de Sola 5 baptisten. In deze hoek kunnen we ook de grote
baptistenprediker Charles Haddon Spurgeon en dr. Martyn Lloyd Jones plaatsen.
Het is een graanschuur waarin geestelijk voedsel ligt opgeslagen. Een tweede
stroming zoekt ervaring, sensatie, emotie. Hier klinkt het denken van Finney in
door. Met een exemplarische bijbeluitleg, vooral ter bevestiging van eigen
gevoelens, verlangens en behoeften. De eerste stroming zet zich af tegen de
wereldse cultuur, de tweede omarmt de wereldse cultuur. Deze laatste stroming
wordt ook neoevangelicalisme genoemd. Niet de gezonde leer, maar dat wat het
gehoor streelt lijkt de boodschap te bepalen (2 Tim.4:3-5). Een wolf in
schaapsvacht. Een huwelijk tussen de orthodox-gereformeerden en de evangelische
beweging kan verkeerd aflopen
Elke generatie opnieuw
Deze verschillende
stromingen binnen de evangelische beweging vinden hun oorsprong in historische,
culturele en religieuze ontwikkelingen. Deze veroorzaken verschuivingen, ook
binnen de orthodoxie, die iedere generatie opnieuw plaats lijken te vinden.
Wanneer het gaat over de evangelicalisering van de reformatorische gezindten is
het goed om oog te hebben voor de oorsprong, de bron van een bepaald soort
denken en de praktijk die daaruit volgt. In de evangelische beweging wereldwijd
is er oog voor deze verschuivingen. David Wells waarschuwt in zijn boek No Place
for Truth. Or Whatever Happended with Evangelical Theology tegen het verval. Ik
citeer hem vrij vertaald: ‘Alleen wanneer de cultuur direct en overduidelijk
bepaalde geloofsartikelen weerspreekt, worden evangelicals wakker en gaan ze de
strijd aan. Maar verder beschouwen ze de cultuur als neutraal en onschuldig.
Sterker nog, ze beschouwen de cultuur vaak als partner die ingezet kan worden in
de verkondiging van de christelijke waarheid. Ik kan die naïviteit niet
meemaken, ik beschouw deze zelfs als gevaarlijk. Cultuur is geladen met waarden
die het geloofsgoed verminken, ook wanneer we moderne wereldse media benutten
die ons voordeel bieden.’ Wells pleit dan ook voor nieuw soort evangelicaal, één
die veel meer is zoals de oude was.
Church growth movement
De church growth
movement, die is komen overwaaien vanuit Amerika, heeft ons een nieuwe
terminologie aangereikt: ‘kerk voor de onkerkelijken zijn, de moderne mens
aanspreken met het Evangelie, hedendaagse vormen gebruiken, de boodschap mogen
we niet veranderen, de verpakking wel.’ Deze retoriek horen we veel in en om de
kerk. In hoeverre heeft dit denken in de afgelopen decennia geleid tot een
andere aanpak van bijbeluitleg, een andere liturgie, een andere spiritualiteit?
Alleen: is anders en nieuw altijd beter? Het is goed om je af te vragen: Wat
verliezen we? Wat ontbreekt? Wat biedt het ons? En beklijft het, voor jong én
oud? Mijn reserve ten opzicht van de binnen- én buitenkerkelijke evangelische
beweging is dat mensen bezig zijn met het toepassen van principes uit de
Amerikaanse church growth movement die vaak te maken hebben met psychologie,
sociologie en management. Is dat wel hetzelfde als vernieuwing van de kerk door
het werk van de Heilige Geest? Als we focussen op succesvolle activiteiten, op
getalsmatige groei en marketing, raken we dan de kern van het Evangelie niet
kwijt? Waar ligt de overgang van bereiken naar vermaken?
Overnemen
Velen in de
Protestantse Kerk zijn onder de indruk van het evangelische denken en doen. Ze
nemen dit maar al te graag over, vooral om het lijkt te werken. Deze aanpak
spreekt mensen immers aan en het zijn toch de evangelische gemeenten die
groeien? Het trekt jongeren. Maar wat begeer je dan precies, waarnaar verlang je
eigenlijk? Als het uitsluitend gaat om liederen, om emotie, om blijdschap, dan
blijkt evangelisch een lege huls te zijn, ontdaan van de kracht van Gods Woord.
Als het ten diepste niet gaat om behoud in Christus alleen, om een leven vanuit
Gods Woord, om kruisdragen en het afsterven van de oude mens, als de zonde niet
meer genoemd mag worden, dan blijft er hoogstens een neo-evangelicalisme over,
dat ver verwijderd is van oorspronkelijke evangelische bronnen. Paulus dringt er
bij Timotheüs ernstig op aan om het hem toevertrouwde pand te bewaren en zich
juist af te keren van inhoudsloze praat (1 Tim.6:20,21). Laten wij zijn
waarschuwing ook ter harte nemen, om te voorkomen dat we afwijken van het
geloof.
Inktvlek
Schrift en belijdenis zijn bepalend voor de reformatorische
traditie. Dat is ook haar kracht. Vanuit het verstaan van het geheel van de
Schrift zijn de reformatorische belijdenisgeschriften opgesteld. Al mogen we
vanuit hun historische context deze geschriften bevragen, de Heilige Schrift
blijft als gezag en norm boven de belijdenisgeschrif- ten staan. De
belijdenisgeschriften geven stevigheid en kader aan het kerkelijke leven en aan
de persoonlijke geloofsbeleving. Hier komt meteen een zwak punt van de
evangelische beweging naar boven, die in de meeste vormen ervan sterk beïnvloed
wordt door cultuur en tijdsgeest. Wie geen basiskader heeft om op terug te
vallen, moet oppassen dat zijn identiteit niet wordt als een inktvlek op het
water. Een inktvlek die in beweging is en prachtige kunstwerken oplevert. Maar
na verloop van tijd wordt ze onzichtbaar, totaal vermengd met het water van de
wereldzeeën.
Huwelijk
‘Samen met de evangelicalen vormen orthodox-gereformeerden
en bevindelijk gereformeerden het orthodoxprotestantisme.’ Deze zin op Wikipedia
vraagt in elk geval om nuancering. Het gaat mijns inziens om het behoudende deel
van de evangelicalen, we zouden hen bevindelijke evangelicalen kunnen noemen.
Moeten we de evangelische beweging zien als een graanschuur van Egypte of als
een wolf in schaapsvacht? Vanuit een reformatorisch perspectief hangt dat af van
het type evangelicaal of evangelisch denken. Een huwelijk tussen de
orthodoxgereformeerden en de evangelische beweging kan verkeerd aflopen wanneer
het klakkeloos wordt aangegaan. Het tegendeel wil ik overigens niet bij voorbaat
uitsluiten: twee huwelijkspartners kunnen ook van elkaar leren en zo groeien als
mens én als echtpaar, met vallen en opstaan. Als de cultuur wordt omarmd en het
aanspreken van de moderne mens een belangrijk doel wordt, is de vraag: waarmee
wordt die moderne mens precies aangesproken en waartoe? Ik zou zeggen: doe dat
met Gods Woord en tot overgave aan Christus. Dat vraagt het gaan van de smalle
weg en een levenslange strijd tegen de zonde. Dat kan door de kracht van de
Heilige Geest. Onze vreugde ligt daarbij in de gekruisigde en opgestane Heere
Jezus Christus, in Wie wij reiniging en vergeving mogen ontvangen. Hij leeft en
regeert tot in eeuwigheid.
Terughoudend
In het artikel op Wikipedia lezen we dat
er ‘meer samenwerking is gekomen tussen de orthodoxe protestanten en de
evangelischen’. Het is belangrijk om vragen te stellen naar de basis waarop dat
gebeurt en wat de gevolgen daarvan zijn. Zo ook wanneer we lezen dat
‘bevindelijk gereformeerden zich fel afzetten tegen de evangelische invloeden’,
om te voorkomen dat badwater én kind te snel worden weggegooid. De waardevolle
elementen van de evangelische beweging zijn naar mijn overtuiging te vinden bij
de reformatoren, bij de puriteinen, in de Nadere Reformatie en binnen het vroege
piëtisme. Terughoudendheid en reserve ten opzichte van elementen uit de
achttiende en negentiende eeuw zijn daarom geboden. Laten we gehoor geven aan
het advies van de apostel Paulus aan Timotheüs: ‘Bijft u echter bij wat u
geleerd hebt en waarvan u verzekerd bent, omdat u weet van wie u het geleerd
hebt, en u van jongs af de heilige Schriften kent, die u wijs kunnen maken tot
zaligheid, door het geloof dat in Christus Jezus is’ (2 Tim.3:14 en 15).
DS. I. de
Graaf (De Westereen) - Artikel eerder gepubliceerd in "De Waarheidsvriend" van 4
augustus 2011
|